Bacteriofagen

« Terug naar Nieuws overzicht

dinsdag 21 november 2017

Bacteriofagen: Niet alleen in de Nederlandse media maar ook wereldwijd is er recent veel aandacht voor het inzetten van bacteriofagen (fagen) voor de behandeling van bacteriële infecties bij mensen.

Een bacteriofaag is te omschrijven als ‘het virus van de bacterie’. Het is een kleine hoeveelheid DNA (DNA codeert voor eiwitten) in een eiwitmantel. Deze eiwitmantel kan binden aan een receptor op een bacteriecelwand en hierdoor kan de bacteriofaag in de bacterie komen. Naast vermenigvuldiging van zichzelf produceert hij ook eiwitten die toxisch en lytisch zijn voor de bacterie waardoor de bacterie open barst en de fagen weer  vrij komen. De vele fagen die vrijkomen kunnen vervolgens weer nieuwe bacteriën infecteren.

Bacteriofagen komen overal in de natuur voor waar ook bacteriën voorkomen, zoals bijvoorbeeld in grote getale in de menselijke darm. Een bacteriofaag is specifiek voor één type bacterie en veelal specifiek voor een regionaal voorkomend subtype van een bacterie.

Tijdens de eerste ontwikkeling van antibiotica werden ook al bacteriofagen gevonden en beschreven als een effectieve behandeling tegen bacteriën. De eerst genoemde therapie, antibiotica, werkte zo goed en was zo breed toepasbaar dat deze in de westerse wereld doorontwikkeld is. Hierdoor bestaat er nu veel ervaring met het werkingsmechanisme, de bijwerkingen en de lange termijn gevolgen. Helaas is er inmiddels veel resistentie tegen antibiotica ontstaan bij verschillende bacteriën waardoor antibiotica steeds vaker niet meer voldoende werken.

Bacteriofagen zijn ook verder doorontwikkeld in enkele (niet westerse) landen. Er komt nu wereldwijd meer aandacht voor fagen als behandeloptie naast antibiotica, vanwege het andere werkingsmechanisme en de specificiteit voor één bepaalde bacterie.

Er zijn enkele fagencocktails (een mengsel van fagen gericht tegen verschillende bacteriën) ontwikkeld voor veelvoorkomende ziekteverwekkers (niet beschikbaar in de EU) en naast het behandelen van infecties bij mensen kan het ook worden toegepast in de voedselindustrie. Het blijkt dat fagen vaak alleen lokale bacteriepopulaties herkennen en daardoor niet uitwisselbaar zijn voor behandeling van infecties met dezelfde bacterie bij iemand op een ander continent. Dit betekent dat voor een specifieke infectie met een bacterie een faag op maat gezocht moet worden. Ook is er nog veel onduidelijk over de route van toediening en verspreiding door het lichaam.

Ondanks incidentele succesverhalen zijn er voor zover ons bekend momenteel geen vergelijkende studies gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften over de werking, bijwerkingen en lange termijn effecten (zoals resistentieontwikkeling, invloed op de darmflora en het afweer systeem) als het (op grote schaal) wordt toegepast in mensen. Wat er gebeurt bij patiënten met een verminderde afweer of bij behandeling van een bloedbaan infectie is niet onderzocht. 

Omdat een bacteriofaag makkelijk DNA kan veranderen en opnemen uit de omgeving is het voorstelbaar dat er ‘verkeerde’ genen (antibiotica resistentie of virulentie factoren) uitgewisseld kunnen worden tussen bacteriën via een faag. Of dit gebeurt en wat dit voor klinische consequenties kan hebben is niet duidelijk.

Samenvattend:

Bacteriofagen kunnen heel gericht een specifieke bacteriepopulatie doden en zijn mogelijk een interessante therapeutisch optie voor infecties waar antibiotica niet werken. Er is op dit moment echter onvoldoende wetenschappelijk bewijs dat het werkzaam is in patiënten en er zijn nog geen uitgebreide gegevens over veiligheid, bijwerkingen en lange termijn effecten bekend in de literatuur. Aangezien we in Nederland doorgaans nog steeds kunnen beschikken over werkzame antibiotica is er geen plaats voor deze behandeling in de dagelijkse praktijk op dit moment.

Referenties:

Phage therapy: considerations and challenges for development, Reindel R. Clinical infectious diseases.

Phage therapy: an alternative to antibiotics in the age of multi-drug resistance DM Lin World Journal of gastrointestinal pharmacology and therapeutics 2017, Lin D.M., Koskella B., Lin H.C.

« Terug naar Nieuws overzicht