Immunologie

immunologie

IMMUUN-GERELATEERDE ZIEKTEN

INLEIDING
Om snel en afdoende op te kunnen treden tegen schadelijke agentia van buiten af, dient de immuunreactie in evenwicht te zijn met de mate van bedreiging. Is de bedreiging door een schadelijk agens groot dan behoeft dat een sterke reactie; in geval van minder schadelijke agentia kan worden volstaan met een beperkte immuunreactie.

TE STERKE REACTIE:
Wanneer er sprake is van een wanverhouding tussen de (geringe) mate van bedreiging en het (sterke) effect van de specifieke immunologische reactie dan kan dit resulteren in een overgevoeligheidsreactie of allergie.

TE ZWAKKE REACTIE:
Deficiënties in de aangeboren aspecifieke immuniteit en de verworven specifieke immuniteit (ook wel 2e en 3e verdedigingslinie genoemd na de barrière van huid en slijmvliezen) verstoren de werking van het complexe immunologische apparaat en kunnen leiden tot ernstige infecties.

AUTOREACTIVITEIT:
De afweer van het menselijk lichaam is gebaseerd op het vermogen onderscheid te maken tussen lichaamsvreemde en lichaamseigen antigenen. Doorgaans worden schadelijke lichaamsvreemde elementen adequaat geëlimineerd en is het immuunsysteem tolerant voor het eigen lichaam en niet schadelijke stoffen.
Als tolerantie mechanismen van het immuunsysteem voor lichaamseigen bestanddelen falen, wordt een immuunreactie tegen auto-antigenen (cel- of weefsel¬antigenen van het eigen lichaam) op gang gebracht. In sommige gevallen zal deze reactie leiden tot een pathologische conditie: een auto-immuunziekte.