Auto-immuunthyreoiditis

AUTO-ANTISTOFFEN

Bij alle genoemde verschijningsvormen kunnen auto-antistoffen tegen thyreoperoxidase (TPO) en thyroglobuline (Tg) worden aangetoond (zie onderstaande tabel).
Bij 5-15% van gezonde volwassenen kunnen anti-TPO antistoffen worden aangetoond. Op jaarbasis krijgt 2-3% van deze TPO-positieve individuen ernstiger destructievere vormen van thyreoïditis.

Auto-antistoffen gericht tegen de TSH-Receptor worden vooral aangetoond bij schildklier atrofie en bij de ziekte van Graves-Basedow. TSH-R antistoffen kunnen enerzijds de receptor blokkeren zodat TSH zijn groeibevorderende werking op de schildkliercel niet meer kan uitoefenen, anderzijds kunnen deze auto-antistoffen stimulerend werken en een hyperfunctie van de schildklier veroorzaken.

Wanneer stimulerende TSH-R auto-antistoffen van een vrouw met Graves, via transplacentaire overdracht worden doorgegeven aan het kind, dan kan de pasgeborene een voorbijgaande vorm van hyperthyreoïdie ontwikkelen onder andere afhankelijk van de titer van de antistoffen.

Tabel Auto-antistoffen bij auto-immuunthyreoïdie

ANTISTOF
DIAGNOSTISCH VOOR
PREVALENTIE BIJ ZIEKTE
TPO/Tg Hashimoto-struma
80-100%
  Schildklier atrofie 60-70%
     
TSH-R   Ziekte van Graves-Basedow
80-90%
  Schildklier atrofie 30-40%

IMMUNOLOGISCH ONDERZOEK

Bij een verdenking op een schildklier aandoening zal als eerste de functie van de schildklier aan de hand van vrij T4 en TSH getest worden. Deze bepalingen worden uitgevoerd op het Klinisch Chemisch Laboratorium.
In tweede instantie zal onderzoek naar de oorzaak van een schildklier dysfunctie (zoals naar een auto-immuun thyreoïditis) plaatsvinden onder meer door bepaling van auto-antistoffen. Dit gebeurt veelal door de specialist maar kan ook al door de huisarts worden aangevraagd.