BRMO Criteria

BRMO criteria per 1-1-2013

Enterobacteriaceae

 

ESBL

Fluorchinolonen

(ciprofloxacine)

Aminoglycosiden

(gentamicine)

Carbapenem

(meronem)

Enterobacteriaceae

A

B

B

A

 

Non-fermenters

 

Carbapenem

(meronem)

Aminoglycosiden

(gentamicine)

Fluorchinolonen

(ciprofloxacine)

Ceftazidim

Piperacilline / tazobactam

Co-trimoxazol

Acinetobacter species

A

B

B

 

 

 

Stenotrophomonas maltophilia

 

 

 

 

 

A

Pseudomonas aeruginosa

A1

C1

C

C

C

C

 









 

Gram-positieve kokken

 

Penicilline-groep

(penicilline / amoxicilline)

Vancomycine

Streptococcus pneumoniae

A

A

Enterococcus faecium

B

B

 

  1. A.    Resistentie voor alleen deze groep is voldoende om te spreken van een BRMO;
  1. B.    Combinatie van resistentie voor antibiotica uit tenminste twee van de aangeduide antibioticagroepen of middelen;
  1. C.    Combinatie van resistentie voor antibiotica uit tenminste drie van de aangeduide antibioticagroepen of middelen.

1Indien Pseudomonas carbapenem I of R: carbapenemase laten bepalen. Indien carbapenemase positief: dan geldt een A

Het schema is gebaseerd op de WIP richtlijn en wordt gebruikt bij de beoordeling van het resistentiepatroon van bacterien die binnen de laboratoria van MMMIG worden geisoleerd. Wanneer er sprake is van een BRMO dan gelden de isolatiemaatregelen zoals die lokaal in ieder ziekenhuis beschreven zijn.

Contactonderzoek: niet bij ESBL en ciprofloxacine + gentamicine resistente Enterobacteriacae. Bij de overige BRMO wel contaconderzoek.

Download schema