Dermatomycose (update 02-06-2014)

Hoe stellen we de diagnose?

In veel gevallen kan de diagnose dermatomycose op het oog gesteld worden. Bij twijfel of vóór behandeling met orale antimycotica kan materiaal naar het medisch microbiologisch laboratorium worden ingestuurd

Het laboratorium maakt eerst een KOH-preparaat. Dit preparaat is positief als we schimmeldraden of -sporen zien. Een positief preparaat bewijst de diagnose dermatomycose, maar een negatief preparaat sluit de diagnose niet uit. Een KOH-preparaat geeft geen informatie over de indentiteit en aard van de schimmel. Huidschilfers, nagels en haren kunnen voor kweek worden ingestuurd. We maken gebruik van speciale kweekmedia voor de isolatie van gisten en schimmels. Macroscopische en microscopische morfologie en biochemische reacties helpen bij verdere determinatie van de verwekker.

Afnemen materiaal

Materiaal kan in een steriel potje naar het microbiologisch laboratorium verstuurd worden, samen met het volledig ingevulde aanvraagformulier.

Infecties van haren kunnen onderverdeeld worden in 5 categorieën, waarvoor verschillende manieren van afname nodig zijn:
•microsporie: haar epileren, reeds afgebroken haren zijn niet geschikt voor onderzoek
•trichophytie: schilferend materiaal op de hoofdhuid met hierin verdikte haartjes, plaques op de hoofdhuid (black dots Tinea)
•kerion: pus uit de haarfollikels, evt “uitgestoten” haar
•favus: uitgevallen/losliggend haar
•baardhaar: pus uit de haarfollikels, evt “uitgestoten” haar