EBV / Mononucleosis Infectiosa

SEROLOGIE

Met een enzym immuno-assay kunnen specifieke antistoffen tegen EBV-antigenen worden aangetoond.

  • VCA-IgG
  • VCA-IgM
  • anti-EBNA IgG

Bij een acute EBV-infectie zijn met name VCA-IgM en VCA-IgG (en vaak ook anti-EA IgG en IgM) positief, terwijl anti-EBNA altijd negatief is. Na 6 wkn – 6 maanden ontstaan antistoffen tegen het EBNA. Antistoffen tegen het viraal capside antigeen (VCA-IgG) en tegen het nucleair antigeen (EBNA-IgG) blijven levenslang positief. Bij reactivaties kunnen antistoffen tegen EA opnieuw positief worden.

VCA-IgM

VCA-IgG

EBNA-igG

Betekenis

-

-

-

Seronegatief (geen EBV-infectie)

+

-

-

Vroeg primaire infectie of aspecifieke reactie

+

+

-

Primaire infectie

-

+

-

Laat primaire infectie (in circa 2% worden geen antistoffen tegen EBNA gevormd)

-

+

+

Doorgemaakte infectie

In sommige gevallen (bijvoorbeeld differentiaal diagnose parafaryngeaal abces of EBV-infectie) kan het wenselijk zijn om een CITO EBV-uitslag te krijgen. In sommige laboratoria is het mogelijk om een EBV-sneltest (Monospot) aan te vragen. Deze test maakt (net zoals de vroeger veel gebruikte reactie van Paul-Bunnell) gebruik van een aspecifieke agglutinatie reactie die in 90% van de EBV infecties positief is. Deze test toont heterofiele antilichamen aan die ontstaan door polyclonale B-cel stimulatie in het acute stadium van EBV-infectie. De test is bij kinderen onder de 10 jaar in 10-50% van de patiënten fout-negatief en in 6-12% fout-positief en dient dus altijd bevestigd te worden door middel van een specifieke antistoftest. Voor het verzorgingsgebied Gelderse Vallei en Rijnstate wordt de infectie serologie in ZGV verricht op een track systeem. Dat betekent dat EBV diagnostiek op iedere werkdag wordt verricht en de uitslag binnen een uur bekend is.