Hepatitis G

Post-transfusie non A-E hepatitis. Ook wel GB-virus genoemd naar de initialen van de chirurg bij wie het virus gevonden werd.

ETIOLOGIE
Hepatitis G virus (HGV) is een RNA-virus (flavivirus) dat in vitro niet is te kweken. Via de recombinant technologie is de genetische structuur bekend geworden in 1995/1996 en heeft men een PCR ontwikkeld waarmee de infectie is aan te tonen.

PATHOGENESE - SYMPTOMATOLOGIE - EPIDEMIOLOGIE
WIJZE VAN BESMETTING
Parenteraal, hoofdzakelijk transfusie geassocieerd, vergelijkbaar met hepatitis C
•HGV-RNA detecteerbaar in 1% van donoren zonder leverfunctiestoornissen, in 4% van donoren met verhoogde transmaninasen
•HGV-RNA detecteerbaar in 15% van de iv drugsgebruikers
•20% van HCV positieve patiënten is ook HGV-RNA positief

INCUBATIETIJD
In dierstudies 4-12 weken

NATUURLIJK BELOOP EN PROGNOSE
•meestal mild.
•chronisch dragerschap met persisterende viraemie in 80%.
•In chimpansees geen leverschade
•Niet gerelateerd aan cirrose of hepatocellulair carcinoom

EPIDEMIOLOGIE
Komt wereldwijd voor.