Pneumonie

Banale kweek

Indicaties
•    twijfel omtrent de diagnose, resp. de ziekteverwekker
•    therapieresistente gevallen
•    recidiverende infecties
 
Inzenden van sputum
•    Bij voorkeur ochtendsputum. Het sputum dient opgehoest te worden uit de lagere luchtwegen en opgevangen in een nieuw weggooibekertje.

Speeksel, al dan niet vermengd met etensresten, is niet geschikt voor bacteriologisch onderzoek. Instructie aan de patiënt is noodzakelijk.
•    Sputum dient het laboratorium bij voorkeur nog dezelfde dag te bereiken. Na 24 uur vervloeit het sputum meestal door inwerking van enzymen uit het speeksel.

Invullen aanvraagformulier
Naast het invullen van administratieve gegevens van de patiënt is het volgende van belang:
•    gewenst onderzoek aankruisen, in de regel: “banale kweek + resistentie”
•    klinische gegevens, met name altijd vermelden wanneer het gaat om een COPD (CARA) - of cystic fibrosis (CF) - patiënt
•    welk antibioticum krijgt patiënt?
•    datum van afnemen
•    specifieke aanvragen (TB, Legionella) altijd apart vermelden

Interpretatie uitslag
Gram-preparaat
Bij een sputum van goede kwaliteit zijn in het Gram-preparaat verscheidene of veel leucocyten aanwezig en weinig of geen keelflora. Worden bacteriën gezien dan geven deze een aanwijzing voor de te verwachten resultaten van de kweek
•    Gram-positieve diplokokken: Streptococcus pneumoniae
•    Gram-negatieve staafjes: meestal Haemophilus influenzae, soms E. coli, Klebsiella, Pseudomonas e.a.
•    Gram-negatieve kokken: Moraxella catarrhalis
•    Gram-positieve kokken in groepjes: Staphylococcus aureus

Sputum van slechte kwaliteit toont in het Gram-prepraat verscheidene plaveisel epitheelcellen, afkomstig uit de keel, vaak samen met een mengflora van bacteriën (“keelflora”, zie hieronder).

Kweekresultaten
•    "Geen duidelijk pathogene micro-organismen" betekent meestal dat een op zichzelf goed sputummonster enige groei van bacteriën laat zien, zonder dat een duidelijke pathogeen aanwijsbaar is (mede bezien in het licht van de beschikbare klinische gegevens).
•    "Keelflora" betekent dat een rijke keelflora groeit, hetgeen meestal wijst op een monster van slechte kwaliteit afkomstig van de bovenste luchtwegen. In deze gevallen zijn in het Gram-preparaat veel plaveisel-epitheel cellen te zien. Herhaling van de kweek (van "goed sputum") kan aangewezen zijn.
•    In sputum van COPD (CARA) patiënten vindt men soms Staphylococcus aureus en/of Gram-negatieve staven. Dit wijst weliswaar op een verschuiving in de microbiële flora, maar is zeker niet altijd een indicatie voor het instellen van antimicrobiële therapie.

Serologie

De microbiologische diagnose van infecties veroorzaakt door moeilijk te kweken ziekteverwekkers (Chlamydia psittaci, Coxiella burnetii, respiratoire virussen) berust grotendeels op serologisch onderzoek.
Inzenden: serumpaar met een tussenpoos van tenminste 2 weken.
Serologische onderzoek op Chlamydia pneumoniae is weinig specifiek. De test is primair gericht op alle soorten Chlamydia ( pneumoniae, psittaci, trachomatis). Het klinisch beeld bepaalt mede  de interpretatie om welke soort het zou kunnen gaan.

Moleculaire technieken

Er zijn verschillende PCR's om diverse verwekkers aan te kunnen tonen:

1. Influenza A, Influenza B en Parainfluenza (respiratoire virussen PCR)

2. Psittacosis, Mycoplasma pneumonieae, Legionella (PML PCR)

3. RS-virus, Humaan metapneumovirus

4. Bordetella pertussis

5. Pneumocystis (PJP)

6. Adenovirus, enterovirus, parechovirus