Poliomyelitis acuta anterior (update 3-10-2013)

De diagnose is in eerste instantie klinisch en wordt bevestigd in het laboratorium middels isolatie van het virus en het  aantonen van specifieke IgM-antistoffen.

Directe diagnostiek / PCR

  • Poliovirus kan gewoonlijk geïsoleerd worden uit de keel in de eerste week van de ziekte en uit de feces gedurende enkele weken. In de liquor wordt het virus zelden gevonden.


Indirecte diagnostiek / serologie

  • Serlogisch kan de diagnose bevestigd worden door middel van het aantonen van poliovirus typespecifieke IgM-antistoffen of door het vaststellen van een significante stijging van poliovirus typespecifieke antistoffen.

Door middel van de RNA-sequentie-analyse kan veelal inzicht verkregen worden in geografische herkomst en mogelijke overdracht van het virus.

Materialen in te zenden voor diagnostiek

  • Feces, tweemaal, af te nemen met een tussentijd van 24-48 uur en binnen 14 dagen na de eerste ziekteverschijnselen. In geval van problemen met het verkrijgen van feces verdient het sterk aanbeveling deze af te nemen middels een rectale sonde (1-2 gram).
  • Het materiaal mag niet door middel van een klysma zijn afgenomen.
  • Gepaarde sera, 1 monster uit de acute fase, het 2de monster 10 tot 14 dagen later (minimaal tweemaal 5 ml bloed). Het als eerste afgenomen monster reeds opsturen voor diagnostiek, het tweede niet afwachten.
  • Keeluitstrijk; alleen zinvol gedurende de eerste ziekteweek.
  • Liquor, af te nemen en in te sturen gelijktijdig met het eerste serummonster (minimaal 1 ml).

De laboratoria van MMMIG zullen het materiaal zelf screenen op enterovirus en positief materiaal doorsturen naar het RIVM voor specifieke polio diagnostiek.