Q koorts

Verwekkers:

  • Coxiella burnetii

Afname

Primaire diagnostiek
De diagnose wordt gesteld op basis van serologische uitslagen en/of PCR. Voor de antistofbepaling worden twee vormen van het antigeen gebruikt: fase 1 en fase 2. Fase 1-antistoffen zijn kenmerkend voor een chronische infectie, terwijl fase 2-antistoffen vooral in de acute fase worden gezien.
Serologisch onderzoek wordt vaak pas laat positief. Bij een kort bestaand ziektebeeld dient dan ook een tweede serummonster te worden afgenomen na 2 tot 4 weken.
Bij laboratoriumdiagnostiek wordt naast een acutefasereactie vaak een stijging van de activiteit van transaminasen en creatinekinase gezien.

In te zenden materiaal: 2 x 6 ml bloed in stolbuis
Uitvoering in laboratorium:
1ste ziektedag ≤ 14 dagen geleden: serologie en/of PCR Coxiella in serum
1ste ziektedag ≥ 14 dagen geleden: serologie

Vervolgdiagnostiek
Indien een Coxiella infectie is vastgesteld, neemt de arts-microbioloog contact met u op voor het doen van vervolgonderzoek (serologie/PCR)
Is alleen nodig bij patiënten met:

  • Pre-existente hartafwijking (klepgebreken/prothese)
  • Infectieus, mycotisch aneurysma
  • Vasculaire prothese
  • Verminderde immuniteit
  • Zwangerschap

Tijdstippen: 6 en 12 maanden na definitief vastgestelde Coxiella infectie
6 ml bloed in stolbuis op 6 en 12 maanden vanaf vaststellen diagnose Q-koorts, serologie/PCR
De uitslag wordt verzonden aan de behandelend arts