Streptococcus pyogenes infecties (update 6-4-2016)

Vergelijk de bij uw patient gevonden waarden met de waarden in figuur 1

Acute ziektebeelden

Een kweek is de aangewezen methode bij acute ziektebeelden. De afname van kweekmateriaal is afhankelijk van de locatie van de infectie. Serologie is meestal niet zinvol, omdat de vorming van antistoffen pas na één tot twee weken op gang komt.

Post-streptokokkale ziektebeelden

Serologie

AST en anti-DNase-B zijn een eerste diagnostische screening voor post-streptokokkale ziektebeelden. De beste diagnostische opbrengst krijgen we uit de combinatie van beide. Wordt alleen AST of anti-DNase-B bepaald? Dan missen we tot 25% van de HSA-infecties. Bij verdenking op post-streptokokkale ziekte: altijd AST en anti-DNase-B bepalen.

Interpretatie

Normaalwaarden:

- AST:<200 E/ml
- anti-DNase-B:<200 E/ml

Een verhoogde AST en/of anti-DNase-B is onvoldoende om een post-streptokokkaal ziektebeeld definitief vast te stellen. Als AST én anti-DNAse-B negatief zijn, is de diagnose van een post-streptokokkale ziektebeeld minder waarschijnlijk.

Kweek

HSA is meestal al verdwenen, toch kan de kweek (meestal keeluitstrijk) nuttig zijn voor de eradicatie van een eventueel overgebleven of een intercurrent infect met HSA.

Overwegingen bij streptokokken serologie:

Serologische diagnostiek is niet zinvol in het kader van een faryngitis, impetigo oid. Serologische diagnostiek naar streptokokken infecties is alleen geïndiceerd bij verdenking:
Acuut rheuma, post-streptokokken glomerulonefritis, atypische presentatie van een streptokokkeninfectie

Bij een acute streptokokken infectie blijft kweek het aangewezen onderzoek.

1 punts-serologie is onvoldoende om in alle gevallen een recente streptokokken infectie aan te tonen / uit te sluiten. Dus stuur altijd een herhaalmonster in.

Conclusies op basis van slechts 1 parameter (of alleen ASO of alleen DNA) zijn niet betrouwbaar. Daarom worden altijd beide parameters bepaald.


Normaalwaarden zijn leeftijdafhankelijk

Normaalwaarden zijn populatie afhankelijk. De NL populatie komt het meest overeen met de gevonden normaalwaarden uit de USA. In endemische gebieden (tropen) liggen de normaalwaarden meestal een factor 10 hoger. Komt een patiënt uit een endemisch gebeid, of is de lokale situatie vergelijkbaar met een endemisch gebied (langer durende impetigo uitbraak op school bv) dan moeten de hoge normaalwaarden aangehouden worden.
AST is met name aantoonbaar bij keelinfecties; DNA is met name aantoonbaar bij huidinfecties.
AST kent een sensitiviteit van 80%; waarschijnlijk veroorzaakt door het feit dat de streptokok in kwestie een ander streptolysine O aanmaakt.
Fout positieve AST uitslagen komen voor bij myeloom, hypergammaglobulinaemie, leverziekten, rheumafactor. Tevens is AST aantoonbaar bij infecties door streptokokken groep C en G.
DNA kent ook een sensitiviteit van 80%; ook hier zou dat liggen aan andere of afwezige expressie van DNAse B.
IVIG afkomstig uit alle populaties bevat streptokokken antistoffen; na IVIG toediening is streptokokken serologie gedurende enkele weken “fout” positief.

Normaalwaarden voor streptokokken antistoffen zijn leeftijd- en populatie afhankelijk.

Vergelijk de bij uw patient gevonden waarden met de waarden in figuur 1

Indien één van de gevonden waarden boven de 80e percentiel lijn valt dan is een recente streptokokken infectie aannemelijk. Vallen beide uitslagen hieronder dan is een streptokokken infectie nog niet uitgesloten. Stuur in dat geval over enkele weken een tweede serummonster in voor herbeoordeling. Laat het tweede serummonster een significante titerstijging van één of beide parameters zien dan is een recente streptokokken infectie daarmee aangetoond.