Zikavirus (update 22-03-2016)

De NVOG heeft een algoritme opgesteld voor het testen van zwangeren die in een endemisch gebied zijn geweest.

Microbiologische diagnostiek Bij patiënten met een passend klinisch beeld en relevante reishistorie is diagnostiek geïndiceerd. Viremie bij infectie is kort, tot 5 dagen na start symptomen, waardoor moleculaire detectie van het virus alleen plaats kan vinden tijdens de acute fase (dag 1-5 na start symptomen). Tijdens de convalescente fase van de infectie, vanaf 5-6 dagen na de eerste ziektedag, is serologische diagnostiek mogelijk.
Directe diagnostiek Diagnostiek is hoofdzakelijk gebaseerd op detectie van viraal RNA met behulp van RT-PCR in het acute serum, die kan worden afgenomen tot vijf dagen na start van de symptomen. Incidenteel is viraal genoom aangetoond in serum tot 10 dagen na de start van symptomen. Andere monsters geschikt voor moleculaire diagnostiek zijn speeksel en urine. De window-fase voor detectie in urine kan mogelijk langer zijn dan voor serum.
Moleculaire diagnostiek voor ZIKV is beschikbaar in verschillende laboratoria (RIVM-IDS, Sanquin virusdiagnostiek en ErasmusMC afdeling ViroScience). 
Indirecte diagnostiek Vanaf dag vijf na het begin van de symptomen is tweepuntsserologie mogelijk voor het aantonen van seroconversie of een ≥ viervoudige toename van de antistoftiters. Interpretatie van serologische diagnostiek wordt bemoeilijkt door de aanwezigheid van kruisreactiviteit met andere flavivirussen. Hierbij gaat het onder andere om DENV (denguevirus), WNV (West-Nijlvirus), SLEV (St. Louis encefalitisvirus) en YFV (gelekoortsvirus) in Midden- en Zuid-Amerika, en DENV, WNV en JEV (Japanse-encefalitisvirus) in de Zuid-Pacific. Daarnaast is voor een juiste serologie interpretatie de vaccinatie historie van de patiënt van belang (JEV, TBEV (tekenecefalitisvirus) of YFV). Virusneutralisatietesten bieden de hoogste specificiteit maar ook dan zijn kruisreacties ten gevolge van een acute infectie met een ander flavivirus niet uitgesloten.